1e principiële goedkeuring decreet

(Aanstaande) gezinnen met kinderen worden in Vlaanderen door verschillende en soms zeer verscheiden actoren en sectoren ondersteund. Samen dragen ze bij aan het zo sterk mogelijk ontwikkelen van het menselijk kapitaal. De preventieve gezinsondersteuning die zich richt op het bevorderen van welzijn en gezondheid speelt hierin een cruciale rol. Preventieve gezinsondersteuning bestaat uit drie pijlers: preventieve gezondheidszorg, opvoedingsondersteuning en het bevorderen van sociale cohesie. Door de omvang van het domein en het leeftijdsbereik kenmerkt de preventieve gezinsondersteuning zich bovendien door activiteiten en maatregelen van verschillende overheden, middenveldorganisaties en vrije beroepen.

Dat er een veelheid aan actoren zich inzet in het domein van de preventieve gezinsondersteuning is een grote kracht, maar het potentieel wordt op dit moment niet voldoende benut. Dit komt door de versnippering, de huidige definiëring van rollen en taken, de manier waarop deze rollen en taken opgenomen worden, de financieringsmechanismen, de leemten in het aanbod en de gebrekkige invulling van de individuele en maatschappelijke noden.

De verdienste van het decreet opvoedingsondersteuning is dat opvoedingsondersteuning op de maatschappelijke agenda geplaatst is. Daarnaast bleek uit de evaluatie van dat decreet dat opvoedingsondersteuning pas haar volledig potentieel zal bereiken als het aangeboden wordt op plaatsen waar ouders met kinderen al komen, het lokaal vorm gegeven wordt en het ingebed is in een breder geheel. Opvoedingsondersteuning is daarom een belangrijk onderdeel van het aanbod in de Huizen van het Kind. Het decreet opvoedingsondersteuning wordt bijgevolg opgeheven en zijn ambities worden ingeschoven in het nieuwe decreet. Dit betekent onder meer dat de opvoedingswinkels in dit decreet hun decretale basis zullen vinden, net als de inloopteams en ander aanbod inzake opvoedingsondersteuning.

De decreetgever wil, rekening houdend met dit alles, op inhoudelijk en organisatorisch vlak het maximum uit de preventieve gezinsondersteuning halen. Om deze ambitie te realiseren kiest de decreetgever voor een nieuw decretaal kader, met name het 'decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning’.

Bij het voorleggen van het voorontwerp van het decreet werden volgende documenten aan de leden van de Vlaamse Regering toegelicht: 


In het kort: het decreet preventieve gezinsondersteuning

Er wordt gestreefd naar een gedifferentieerde en toegankelijke dienstverlening gebaseerd op de voornoemde drie pijlers die aansluit bij de lokale noden.

Het decreet ambieert:

  • het samenbrengen van actoren en aanbod

  • het stimuleren van samenwerking door concrete doelstellingen die ingaan op de lokale noden en geïntegreerd wordt in de dienstverlening 

  • een kader voor kwaliteitsborging voor deze netwerken en de mogelijkheid om aan zorgafstemming te doen.

De decreetgever wenst dit te doen op een eerder regelluwe wijze. Het decretaal kader is vooral gericht op het stimuleren en faciliteren van structurele verankering in een samenwerkingsverband 'Huis van het Kind', met voldoende aandacht voor de eigenheid van de actoren op het terrein. Het decreet moet dan ook gelezen worden als een uitnodiging ten opzichte van alle actoren die zich inzetten voor (aanstaande) gezinnen met kinderen en jongeren om tot een goede samenwerking te komen of hierop verder in te zetten.

De in het decreet beschreven gewenste praktijk van 'Huizen van het kind' is geen uitvinding van de Vlaamse overheid. Huizen van het Kind/Family Centres zijn een bestaande praktijk (internationaal, maar ook al in Vlaanderen en Brussel). Met het voorliggend decreet wil men de bestaande goede praktijk verder laten groeien en deze laten ontstaan waar ze slechts embryonaal of onbestaande is.

Niettemin dienen enkele cruciale elementen decretaal geregeld te worden:

  • Het toepassingsgebied van het decreet is beperkt tot de samenwerking tussen actoren voor zover deze aanbod organiseren in een samenwerkingsverband ‘Huis van het Kind’.

  • Van de actoren die aanbod samenbrengen in een Huis van het Kind wordt verwacht dat ze hun samenwerkingsverband open stellen ten aanzien van andere actoren in de preventieve gezinsondersteuning, die mee willen aansluiten.

  • Het werkingsgebied van een Huis van het Kind hangt af van verschillende factoren en is sterk afhankelijk van de bevolking, het bestaande aanbod, … Het werkingsgebied omvat minimaal het werkingsgebied van een consultatiebureau en het blijft binnen de grenzen van zorgregioniveau kleine stad. Dit wil zeggen dat het afhankelijk van de hierboven beschreven factoren kan vorm krijgen op wijkniveau, gemeentelijk niveau of inter-gemeentelijk niveau.

  • Wil een Huis van het Kind aanspraak kunnen maken op subsidies, dan moet het samenwerkingsverband concreet kunnen aantonen dat het:

    • zich niet alleen richt tot de gebruikers die het Huis van het Kind al bereikt, maar ook gericht acties onderneemt ten aanzien van de gebruikers die nog niet bereikt worden,

    • overlap tussen het aanbod van verschillende actoren wegwerkt,

    • lokale lacunes in het aanbod preventieve gezinsondersteuning aanpakt door de middelen van de verschillende actoren te bundelen,

    • concrete initiatieven neemt om gebruikersparticipatie structureel te verankeren binnen het Huis van het Kind,

    • zorgafstemming organiseert voor individuele gebruikers,

    • voorziet in middelen voor onder andere coördinatie en kwaliteitsbevordering van het aanbod ondergebracht in het Huis van het Kind.

  • Naast deze bepalingen met betrekking tot de samenwerking, biedt dit decreet de mogelijkheid van verankering van aanbod dat vandaag onder het decreet opvoedingsondersteuning gesubsidieerd wordt (oa. de opvoedingswinkels) en aanbod dat projectmatig gesubsidieerd wordt door Kind en Gezin (oa, inloopteams, expertisecentra kraamzorg, projecten ontmoeting,…).


De meerwaarde voor (aanstaande) gezinnen met kinderen en jongeren

  • De oprichting van Huizen van het Kind als samenwerkingsverband en, waar mogelijk, als fysieke locatie, verhoogt de herkenbaarheid van het aanbod ‘in het straatbeeld’. Daardoor krijgen ouders makkelijker toegang tot diverse vormen van ondersteuning van de verschillende pijlers (gezondheid, opvoeding, bevorderen van sociale cohesie).

  • Door het samenbrengen van aanbod inzake welzijn en preventieve gezondheidszorg wordt een meer integrale benadering naar voor geschoven. De belangrijke poot 'opvoedingsondersteuning' wordt daardoor ook meer ingebed in een ruimer geheel.

  • De lokale inbedding van het samenwerkingsverband betekent dat men dient te investeren in een betere afstemming op de lokale situatie, maar ook op de specifieke noden en behoeften van de lokale bevolking. Om dit proces extra te bewerkstelligen schuift de voorliggende regelgeving het belang van gebruikersparticipatie naar voor.

  • Aanbod voorzien vanuit een samenwerkingsverband leidt tot betere zorgafstemming. Dit komt het gezin ten goede, als het hiermee instemt en als de zorgafstemming voldoende rekening houdt met de stem van het gezin.

  • Door aanbod te voorzien vanuit het samenwerkingsverband kunnen overlap en hiaten worden gedetecteerd, waardoor middelen anders kunnen worden ingezet en waardoor er ook een betere signalering naar het beleid kan gebeuren. Indirect zal dit proces ten goede komen aan de gezinnen, aangezien het idealiter leidt tot een verbeterde en aangepaste dienstverlening ten aanzien van bovenvermelde doelgroep. In dit verband denken we bijvoorbeeld aan een mogelijke verruiming van het aanbod voor ouders met kinderen uit de leeftijdsgroep van 12-18 jaar.

  • Aanbod binnen Huizen van het Kind zal voorzien worden volgens het principe van het progressief universalisme: aanbod ten aanzien van specifieke doelgroepen, zoals kansarme gezinnen worden geïntegreerd binnen een geheel van universele dienstverlening. Studies tonen aan dat dit minder stigmatiserend is ten aanzien van onder meer kansarme gezinnen, wat de toegankelijkheid van het aanbod verhoogt. 

  • We voorzien ook een positief effect op de bestrijding van kinderarmoede: betere toegankelijkheid van het aanbod preventieve gezinsondersteuning voor deze specifieke doelgroep, maakt dat acties die erop gericht zijn om de negatieve effecten van kansarmoede en sociale exclusie te ondervangen, beter hun doel bereiken. Hierbij denken we aan negatieve effecten op gebied van gezondheid, (taal)ontwikkeling, kleuterparticipatie,…

  • Het decreet zorgt er voor dat –behalve de reeds bestaande initiatieven – er overal in Vlaanderen Huizen van het Kind tot stand komen, zodat het aanbod voor alle (aanstaande) gezinnen met kinderen en jongeren toegankelijk wordt, ongeacht hun woonplaats.

De meerwaarde voor de actoren op het domein van de preventieve gezinsondersteuning

  • Het ontwerp van decreet zorgt voor een basis voor structurele erkenning en subsidiëring van het aanbod dat vandaag door Kind en Gezin gefinancierd wordt door middel van de toekenning  facultatieve subsidies. Het gaat hier ondermeer over de inloopteams en aanbod opvoedingsondersteuning (ontmoeting, laagdrempelige individuele ondersteuning door vrijwilligers,…).

  • Het ontwerp van decreet biedt, na de afschaffing van het decreet houdende de organisatie van de opvoedingsondersteuning, ook een rechtsgrond voor het voortbestaan van de opvoedingswinkels. Tegelijk kunnen de overlegstructuren en netwerken vereenvoudigd worden, waardoor zij beter afgestemd, en waar mogelijk zelfs geïntegreerd kunnen worden. Hierdoor nemen vergaderlast en overheadkosten af.

  • De betrokken actoren krijgen voor de door hen ondersteunde (aanstaande) gezinnen gemakkelijker toegang tot flankerende dienstverlening en kunnen gemakkelijker verwijzen naar die partners in het netwerk.

  • Ten gevolge van betere verwijzing, competentieuitwisseling, expertiseverhoging, wegwerken van overlap in aanbod, het samenbrengen van middelen (vb. bekendmaking, infrastructuur,onthaal…),…kan elk van de betrokken actoren efficiëntiewinsten boeken.

  • De ‘Huizen van het Kind’ worden geconcipieerd en bekend gemaakt als een samenwerkingsverband, als een netwerk. Hierdoor kunnen individuele organisaties / actoren hun eigen profilering behouden binnen het geheel.

  • Individuele actoren krijgen via het samenwerkingsverband ‘Huizen van het Kind’ makkelijker toegang tot nog niet door hen bereikte doelgroepen.

  • Door in het ontwerp van decreet duidelijke spelregels op te nemen in verband met het toetreden en uitsluiten van actoren (in- en uitsluitingmechanismen) voorziet het decreet dat elke actor die wenst aan te sluiten bij een Huis van het Kind, dit kan doen voor zover hij de opdrachten en doelstellingen in het decreet naleeft. Hierdoor wordt het risico op conflicten bij de vorming van samenwerkingsverbanden beperkt. Er kunnen regels worden opgemaakt die toelaten om actoren die vb. de laagdrempeligheid van het aanbod in het gedrang brengen, uit te sluiten.

  • Door de mogelijkheid om subsidies toe te kennen in functie van de decretaal vastgestelde doelstellingen, wordt een incentive geïnstalleerd waarvan zowel het samenwerkingsverband als de individuele organisaties return krijgen.

De meerwaarde voor lokale besturen

  • De op basis van het decreet vormgegeven samenwerking en koppeling van aanbod zorgt voor een duidelijke en zichtbare dienstverlening aan de burger waarin het eigen engagement van het lokaal bestuur zichtbaar kan gemaakt worden.

  • Door de focus op de lokale vormgeving van Huizen van het Kind kan het samenwerkingsverband en het daaraan gelinkte aanbod daadwerkelijk aangepast worden aan de behoeften van de lokale gemeenschap.

  • Door de bepaling dat het samenwerkingsverband zoveel mogelijk moet aansluiten bij de wijze waarop door de lokale besturen vorm gegeven wordt aan het lokaal sociaal beleid, maakt het decreet niet alleen inhoudelijke afstemming met het lokaal bestuur mogelijk, maar biedt het decreet eveneens mogelijkheden om de samenwerkingsverbanden qua vorm zo veel als mogelijk te laten aansluiten bij bestaande structuren. Dit teneinde de overheadkosten/vergaderlast te beperken.

  • Lokale besturen zijn mogelijks ook aanbieders van preventieve gezinsondersteuning en krijgen dus ook meer return on investment wanneer ze dit aanbod bijeenbrengen in Huizen van het Kind. Hier gelden dan de zelfde positieve effecten zoals ze beschreven zijn bij de bespreking van de effecten op actoren.


Deze samenvatting werd ook in een presentatie gegoten.